fietsroute

Er zijn nog drie gedichten te lezen, maar die liggen niet op loopafstand van deze gedichten.
Deze gedichten die wat verder weg liggen nodigen samen met een aantal gedichten uit de wandelroute uit tot een mooi fietstochtje langs de volgende locaties:
zie bij: PLATTEGRONDEN voor een plattegrond van de fietsroute. Zie bij wandelroute voor meer informatie over de dichters die ook in de wandelroute voorkomen.

M- M. (Maria) van Daalen, ‘ @NIAS’, op muur bij NIAS, Meijboomlaan 1

A- Bill van der Meulen, '4:00 uur met je vader praten', Berkheistraat, op muur geschilderd vlak voor de rode schuur.

I- A. Marja (A.T. Mooij), uit: Man van dag en nacht 1956, van Zuylen van Nijeveltstraat 202, in tegeltableau voor de ingang van De Wassenaarse Krant

G- Anthonie Donker (N.A. Donkersloot), 'Panorama', uit: Grondtoon 1963, op muur molenhuisje Molenplein 10

H- J.W. Schulte Nordholt, 'In memoriam Hendrik Elias Roodenburg, etser, uit: Aan mijn tongval te horen 1994, Herenweg 1

(A.T. Mooij) uit: Man van dag en nacht 1956, bij De Wassenaarse Krant, van Zuylen van Neijeveltstraat 202, in tegeltableau

Lees meer: https://www.poezieroutewassenaar.nl/gerealiseerde-gedichten/
uit: Man van dag en nacht 1956, bij De Wassenaarse Krant, van Zuylen van Neijeveltstraat 202, in tegeltableau

Lees meer: https://www.poezieroutewassenaar.nl/gerealiseerde-gedichten/
uit: Man van dag en nacht 1956, bij De Wassenaarse Krant, van Zuylen van Neijeveltstraat 202, in tegeltableau

Lees meer: https://www.poezieroutewassenaar.nl/gerealiseerde-gedichten/
uit: Man van dag en nacht 1956, bij De Wassenaarse Krant, van Zuylen van Neijeveltstraat 202, in tegeltableau

Lees meer: https://www.poezieroutewassenaar.nl/gerealiseerde-gedichten/

N- P.N. van Eyck, 'Bij de gevallenen te Wassenaar', uit: Gezicht op Zuid-Holland 1961, op muur oorlogsmonument Schouwweg

O- A.C. (Mieke) van den Berg, ‘Stil staan’, op plaat bij aankomstplein begraafplaats Persijnhof, Het Kerkehout 6

L- F. (Fetze) Pijlman, 'Onder de bomen', uit: Een ander pad 1986, in een houten sculptuur in park tussen Parklaan en Clematislaan

K- J.R. (Jaap) Zijlstra, 'Gloed', uit: Verzamelde Gedichten, Zijlaan 57, in de druppel van brons op plein voor de Messiaskerk

 

 

M- We fietsen naar de Meijboomlaan 1, waar tot en met 2016 de NIAS was gehuisvest.NIAS is Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences. Het gedicht is op de muur geschilderd door Hendrik Ribot.
Maria van Daalen is het pseudoniem van Maria Machelina de Rooij, dichter en schrijfster. Zij woont niet in Wassenaar, maar verbleef in 2010 enige maanden in het gebouw van de NIAS, om te werken aan haar achtste dichtbundel en schreef het gedicht dat daar nu op de muur staat.
Zij is geboren op 8 juli 1950 te Voorburg, ging na haar eindexamen gymnasium enige tijd rechten studeren in Amsterdam, maar koos uiteindelijk voor de Neder- landse taal en letterkunde aan de Vrije Universiteit.  Zij studeerde in 1983 af; haar specialisatie was middeleeuwse hoofse liedkunst, met gedegen kennis van middeleeuwse handschriften en muziek. Ze gaf af en toe les en publiceerde over haar vak, onder meer in Trouw. Ze verbleef anderhalf jaar in de Verenigde Staten en studeerde daar voor Master of Fine Arts.In 1985 debuteerde zij met gedichten in literaire tijdschriften. In 1989 verscheen haar eerste dicht- bundel ‘Raveslag’.
Zij was een aantal jaren redacteur van literaire tijdschriften en publiceerde regelmatig verhalen en gedichten in allerlei literaire tijdschriften. Van haar werk bestaan vertalingen in het Italiaans, Engels, Frans, Duits, Fries, Fins, Bosnisch, Bahasa Indonesië en Farsi.
Zij treedt regelmatig op in het buitenland tijdens literaire festivals. Zij had ook haar eigen maandelijkse interviewprogramma en organiseerde voorlees- marathons.

A- We fietsen dan weer naar het dorp via van der Doeslaan, Vleysmanlaan, Wassenaarseslag, Katwijkseweg en slaan net na het Sophiekehuis rechtsaf de Berkheistraat in.Daar staat aan de linkerkant voor de rode schuur op een oude monumentale muur een gedicht van Bill van der Meulen. Willem Karel Damman van der Meulen (1923-2006) kwam met zijn vrouw in Wassenaar wonen in 1958. Tot 1995 woonden zij in Villa Oud-Pluymestein, daarna op de Dominee Honderslaan.Hij was de naam Bill van der Meulen gaan gebruiken rond het einde van de Tweede Wereldoorlog.
Geboren in Gorredijk (Friesland) ging hij, met het einddiploma van het gymnasium op zak, werken in het assurantiebedrijf van zijn vader. Daarna startte hij in Rotterdam een reclamebureau. Vanaf 1956 was hij directeur van Nijgh en Van Ditmar, daarna directeur van uitgeverij A.W. Sijthoff in Leiden. Na zes jaar begon hij weer voor zichzelf met een reclamebureau in Den Haag. Hij overleed in 2006 in Wassenaar.
Bill was niet alleen een begaafd tekenaar maar ook een taalkunstenaar. Carl Doeke Eisma raakte bevriend met hem toen hij in de Spinbaan kwam wonen. Een eersteklas verteller van prachtige verhalen. Tijdens één van de vele contacten met Bill van der Meulen vertelde Carl hem, dat hij kort voor het overlijden van zijn vader een goed gesprek met zijn vader had gevoerd. De volgende dag vond hij een gedicht van Bill in zijn brievenbus waarin de woorden: ‘bij het scheiden van de markt’.
Een gedicht dat wij in onze route hebben opgenomen, omdat het zo treffend is. Ook de plaats is bijzonder, vlak bij het Dorpskerkhof en de wekelijkse markt.

I- We fietsen weer terug naar de Zuylen van Nyeveltstraat richting 202, waar voor de ingang een gedicht ligt van A Marja.

Marja  (pseudoniem van A.T. Mooij) was schrijver en dichter.
Hij woonde niet in Wassenaar, maar hij verbleef in de Pauwhof, een buitenplaats in ons dorp waar het echtpaar Overvoorde-Gordon gastvrijheid bood
aan letterkundigen om in een rustige omgeving te kunnen werken.  
Marja was geboren in de pastorie van Oude Leije en verhuisde op zevenjarige leeftijd naar Winschoten.
Hij volgde na de lagere school de HBS. Zijn moeder stierf toen hij veertien was. In deze periode van verdriet begon het schrijven van verzen voor hem belangrijk te worden, maar hij schaamde zich er ook voor. De keuze van het pseudoniem A. Marja heeft te maken met de beginletters van de voornamen van
zijn moeder. Toen zijn vader in Zeeland beroepen werd ging hij in de stad Groningen op kamers wonen en kreeg contact met kunstbroeders, die allen in
opstand waren tegen geloof en kerk. Hij debuteerde
in 1937 met de bundel Stalen op Zicht, daarna volgden tot 1963 negentien gedichtenbundels. Marja maakte furore met zijn ‘practical jokes’, rigoureuze grappen
die hij uithaalde met collega-dichters en schrijvers,
die hem niet altijd in dank werden afgenomen.
Zijn biografie kenmerkt zich door ongeluk: hij kon van zijn scheppend werk niet leven, had moeite met het behouden van een vaste baan, scheidde twee maal en had al vroeg hartklachten en diabetes.
Hij stierf op 46-jarige leeftijd.

G- We steken de straat over richtingen dorp fietsen door de Johan de Wittstraat, gaan bij de rotonde rechtdoor de Gravestraat in. Aan de rechterhand is de molen en daarvoor een molenhuisje, waar op de muur het gedicht staat van Anthonie Donker. Daar zijn twee strofen te lezen uit het gedicht 'Panorama' van Anthonie Donker. Anthonie Donker (1902-1965) is een pseudoniem van Nico Donkersloot. Behalve schrijver, dichter en literair vertaler was hij hoogleraar Nederlands en hij werd na de Tweede Wereldoorlog politiek actief en Eerste Kamerlid.
    Donkersloot schreef al gedichten tijdens zijn middelbare schooltijd in Rotterdam. Zijn studie Nederlands werd onderbroken door dienstplicht en tbc waarvoor hij in Zwitserland moest kuren. In 1929 werden hem twee belangrijke literaire prijzen toegekend. In 1930 richtte hij een literair tijdschrift op. Inmiddels was hij leraar in Zwitserland en er volgden zeer productieve jaren. Hij keerde in 1936 naar Nederland terug wegens een benoeming tot hoogleraar in de Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij betrokken bij verzetsactiviteiten. Hij werd opgesloten in de Scheveningse strafgevangenis en in gijzelaarskamp Sint-Michielsgestel. In augustus 1942 kwam hij vrij door een vergissing van de bezetter. Hij dook onder bij zijn uitgever Bakker in de Crocusstraat in Wassenaar. Vanuit zijn kamer hoorde hij pianospel van Mies Dadema, zij woonde op de Hyacinthstaat. Donkersloot, die twee maal eerder was gehuwd, trouwde op 27 juli 1945  met haar in Wassenaar en zij vertrokken kort daarna naar Amsterdam waar hij zijn werk hervatte. Vanaf 1956 was hij hoogleraar in de algemene en vergelijkende literatuurwetenschap. Na de oorlog zat hij enkele jaren voor de PvdA in de Eerste Kamer, eind jaren 50 sloot hij zich aan bij de PSP en liet zijn stem horen in protesten tegen de atoombewapening. Een slepende ziekte kon hem op het laatst van zijn leven niet weerhouden verre reizen te ondernemen om lezingen te houden over Nederlandse literatuur en de plichten, verbonden aan zijn hoogleraarschap en andere functies, nauwgezet te vervullen. We stuitten in zijn bundel Grondtoon op dit gedicht en wij hadden als bestuur alle drie direct het gevoel dat dit gedicht bij de molen een juiste plek krijgt.     In de eerste 2 strofen staan woorden als:  plichten, maar ook dat niet alles tot een doel moet strekken en er wordt gesproken over een weids vergezicht. Dat alles doet onmiddellijk denken aan de drie gebruikersgroepen die hier rondom de molen samen spannen om hun werk te doen.    
    In het molenhuisje is de notaris bezig met alles wat met plichten en wetten te maken heeft voor iedereen goed te regelen. Een verdieping hoger, iets verder bij de aarde vandaan, worden werken van kunstenaars tentoongesteld. Kunstenaars leren ons vaak naar een andere realiteit te kijken, ver van de dingen van de dag. Weer een stukje hoger de wieken van de molen en de trans rondom van waaruit je een weids panorama hebt. Dat is het werkgebied van de molenaar. Alles spant hier dus samen, zoals er in het gedicht staat.

 

H- Als we ons 180° omdraaien zien we het pand op de hoek van Herenweg 1 en daar staat in de tuin het gedicht van Jan Willem Schulte Nordholt ‘in memoriam Hendrik Elias Roodenburg etser’.  Ook in dit gedicht gaat het over vergezichten, maar dan vergezichten van de ziel.
Hoewel Schulte Nordholt (1920- 1995) in Zwolle was geboren en Roodenburg (1895 - 1987) in ‘s-Gravenhage, hebben beide kunstenaars lange tijd tot aan hun sterven in Wassenaar Zuid gewoond en waren met elkaar bevriend. Hun graven liggen dicht bij elkaar op het Dorpskerkhof
Schulte Nordholt heeft veel bundels en publicaties op zijn naam staan en Roodenburg schilderde en etste vooral stadsgezichten.
In de oorlog werd Schulte Nordholt door de bezetter opgepakt wegens het verspreiden van nummers van Vrij Nederland. Om geestelijk overeind te blijven in het Scheveningse Oranje Hotel schreef hij gedichten. Van 1950-1962 was Schulte Nordholt  leraar geschiedenis aan het Rijnlands Lyceum in Wassenaar. Hij vertrok in 1954 met een werkbeurs voor drie jaar naar Amerika. Van 1966 tot 1983 was hij hoogleraar Amerikaanse geschiedenis en cultuur aan de Rijksuniversiteit Leiden. Hij ontving diverse literaire prijzen, waaronder de Spaanprijs in 1993 voor onder meer zijn bijdragen aan het Liedboek voor de Kerken.
    Roodenburg, schilder en topografisch etser, woonde vanaf 1925 in Wassenaar. In de jaren zestig kon men bij Nutroma sparen voor een koffie- en ontbijtservies waarop Roodenburgs Amsterdamse stadsgezichten. Roodenburg was lid van vooraanstaande kunstenaarsverenigingen, zoals zoals Arti et Amicitiae in Amsterdam en Pulchri Studio in Den Haag.

N- we slaan Herenweg in, gaan linksaf de Hoflaan in en aan het einde slaan we rechtsaf de Prinsenweg op. We fietsen de Prinsenweg uit, deze weg wordt de Backershagenlaan en slaan aan het einde rechtsaf de Rust en Vreugdlaan in. bij de kruising met de Schouwweg moet je linksaf slaan de Schouwweg in. Daar vind je aan je linkerhand het oorlogsmonument met het gedicht van P.N van Eyck. Hier is de tweede strofe geplaatst uit het gedicht 'Bij de gevallenen in Wassenaar'.

Pieter Nicolaas van Eyck (1887 - 1954) was dichter, criticus en  hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Van Eyck schreef honderden gedichten. Van al die gedichten heeft ‘De tuinman en de dood’ zich verzekerd van een blijvende plaats in de Nederlandse literatuur. Geboren in Breukelen werd Van Eyck leerling van het Gymnasium Haganum, waarna hij rechten studeerde in Leiden. Hij publiceerde  in verschillende bladen en werd in 1912 vast medewerker aan het culturele tijdschrift De Beweging van Albert Verwey. Hij was jarenlang correspondent van de NRC in Londen. Van Eyck werd beroemd om zijn fenomenale kennis, belezenheid en geheugen, waarmee hij iedereen verblufte, terwijl hij op zijn beurt niet snapte wat er zo vreemd aan was. In 1935 volgde hij zijn leermeester Albert Verweij op als hoogleraar Nederlandse letterkunde in Leiden. Hij ontving in 1947 de Constantijn Huygensprijs voor zijn hele oeuvre.

Hij woonde aan de Hertelaan. Van Eyck schreef één gedicht over Wassenaar, namelijk over het tijdelijke oorlogskerkhof het Lange Duin dat zich van 1940-1980 bevond aan de overkant van het huidige monument aan de Schouwweg.  Over dit tijdelijke oorlogskerkhof is meer te lezen in het boek: Wassenaar in De Tweede Wereldoorlog, een uitgave van de Stichting Wassenaar ‘40-‘45. De tweede strofe uit het gedicht ‘Bij de gevallenen in Wassenaar’ is nu te lezen op een muur rondom dit monument, waar op 4 mei 2 minuten stilte wordt gehouden in verband met de jaarlijkse dodenherdenking.

O- We fietsten verder door de  Schouwweg en slaan linksaf bij de Oud Wassenaarse Weg. (Als je aan het einde direct linksaf slaat zie je kasteel oud Wassenaar liggen.) aan het einde van de oud Wassenaarseweg slaan wij even rechtsaf de Stoeplaan op en bijna onmiddellijk links af naar de Van der Oudermeulenlaan.Aan het einde steken we de Rijksstraatweg over(er is een fietstunnel) en we vervolgen de secundaire weg richting Het Kerkehout. We gaan Het Kerkehout in en aan de rechterzijde is begraafplaats Persijnhof. Op het plein bij de aula staat in het gras het gedicht in corton staal van Mieke van den Berg. Tot haar 11e jaar woonde Mieke in Kerkehout op de Adrianastraat, waar haar vader een zuivelwinkeltje had, daarna verhuisde ze naar het huis boven de supermarkt van haar vader in de Ter Weerlaan. Tijdens haar middelbare schooljaren werd de liefde voor poëzie bijgebracht door leraren Nederlands: eerst op de Karel Doorman MULO en later op de HBS (Rijnlands Lyceum). Na haar studie werkte ze 15 jaar in de Ursulakliniek als psychologe. Toen zij beroepsmatig niet meer actief was begon zij gedichten te schrijven. Er verschenen in 2001 en in 2015 gedichtenbundels van haar hand. In die tussenliggende jaren zat zij niet stil. Omdat gedichten van Ida Gerhardt haar aanspraken, begon ze zich in het leven van deze dichteres te verdiepen, enthousiasmeerde haar echtgenoot en uiteindelijk resulteerde dat in een deelbiografie over Ida Gerhardt (2005). Daarna verschenen er biografieën over andere dichters: Truus Gerhardt (2010) en Riet Raaphorst (2009). In 2012 verscheen een boek met flitsen en fratsen uit het leven van haar en haar echtgenoot, waarin ook gedichten verschenen. Sinds 2015 is zij een van de bestuursleden van de Stichting Poëzieroute Wassenaar.

L-We fietsen weer terug naar de secondaire weg, steken de Rijksstraatweg meer over door de fietstunnel en nemen weer de Van der Oudermeulenlaan. Aan het eind gaan we rechtsaf en aan het eind van die weg slaan de rechtsaf de Laan van Hoogwolde in. Aan het einde is een hek, daar gaan we in en de fietsen langs de van Ommerenlaan langste aantal mooie villa's. Aan het einde is ook een hek, defietsen rechtdoor en slaan aan het einde rechtsaf naar de Rust en Vreugd laan tot we bij de Rijksstraatweg komen. Daar slaan we linksaf. Indien u wilt kunt u nog langs het gemeentehuis de Paauw fietsen via de Raadhuislaan, die ook op de Rijksstraatweg uitkomt. We fietsen helemaal door tot we aan de linkerhand kunnen afslaan bij de Rozenweg. Bij de rotonde nemen de  derde afslag naar de Dijleweg en slaan de eerste weg rechts af: Clematislaan. Dan komen we vanzelf bij de Parklaan terecht. Midden in het park staat de houtsculptuur met het gedicht van  Fetze Pijlman ‘Onder de bomen ‘.
    Fetze Pijlman, geboren in Rotterdam 1946, woonde in Wassenaar van 1961-1966. Zijn vader, Eduard Pijlman, was toen predikant van de Bloemcamplaankerk. Zijn eerste gedichten schreef Fetze in Wassenaar. Hij werd Neerlandicus. Van zijn hand verschenen tien gedichtenbundels en een aantal boeken en vertalingen. Martien van Vliet voelde zich geïnspireerd  om voor de Wassenaarders een houtsculptuur te maken in de vorm van een boom, als drager van dit gedicht. Hij koos voor dit object, gemaakt van een stoere eik, waarin hij het licht laat schommelen tussen de woorden van het gedicht. De zinnen zijn in een glasplaat gegraveerd, die tussen houten ‘armen’ rust en als het ware vertroosting kunnen geven. De stam en de kruin zijn vormgegeven met een draaibank.

K. We gaan het park door richting Burmanlaan, slaan daar linksaf en gaan aan het einde van de weg rechtdoor de Zijlaan op.aan de rechterkant is de witte Messiaskerk en op het plein is in een bronzen druppel het gedicht van Jaap Zijlstra 'Gloed' te lezen.

Jaap Zijlstra (1933 - 2015 ) geboren in Wassenaar, volgde de MULO, werd boekhouder en kreeg, na zijn militaire dienst, een baan als administrateur op het Rijnlands Lyceum. Het leek er dus aanvankelijk niet op dat Jaap Zijlstra predikant zou worden. Hij was actief in het kerkelijk jongerenwerk en had talent om  jongeren bij de kerk te betrekken. Na een avondstudie van enkele jaren werd hij op zijn 33e gereformeerd predikant op grond van ‘singuliere’ (buitengewone) gaven. Hij was predikant in Duurswoude, Delfzijl, Vorden en Amsterdam en preekte regelmatig in ons dorp. Vanaf 1965 publiceerde hij poëziebundels.  In 2010 ontving hij de Rijnsdorp Prijs voor zijn oeuvre, dat uit ruim 20 bundels bestaat. Hij schreef niet alleen gedichten over het christelijk geloof, maar ook over andere onderwerpen. De laatste jaren verschenen veel lichtvoetige diergedichten. Eerder werden ook bundels gepubliceerd over een specifiek thema zoals Onder mijn groene huid, 1967, over zijn militaire diensttijd, en de bundel Ik zie je zo graag 1991, een bundel liefdespoëzie waarin hij refereert aan zijn homoseksuele geaardheid. Daarvoor ontving hij in dat jaar de prijs van de Vlaamse Poëziedagen. In 2014 spelde burgemeester Van der Laan hem een koninklijke onderscheiding op voor zijn inzet ‘voor de homo-emancipatie binnen de protestants- christelijke gemeenschap’. In het Liedboek voor de Kerken vinden wij tal van liederen van zijn hand. De druppel is gemaakt door Anne Marie van Goch, die vroeger een aantal jaren in Wassenaar heeft gewoond, lid was van de Zijlaankerk, waar zij toen in het jongerenwerk Jaap Zijlstra heeft leren kennen. De druppel is onthuld op 4 juni 2018. Deze eerste pinksterdag was een feestelijke dag waarop gevierd werd dat het gebouw van de Messiaskerk 50 jaar bestaat.